|
Ik liep door het woud en hoorde een boom piepen en hij kraakte. Of verbeeldde ik het me. Nee. Toen ik even bleef staan hoorde ik het weer. En er waaide een zachte bries. Ik hoor je piepen,zei ik tegen de boom ik hoorde je heus wel, je trekt een beetje de aandacht, denk ik. Nee nee zei de boom ik ben ziek, begrijp je? Ik denk dat ik niet lang meer sta, bij de volgende storm zal ik wel omwaaien. Je moet niet zo gauw de moed verliezen trooste ik de boom. Er zijn die ik weet niet hoelang kraken en steunen voordat ze omvallen. Julie moeten op den duur allemaal omvallen net als wij. Dat weet ik wel maar ik vind dat gekraak zo lastig, ik lig liever meteen op de grond. Ik sta te wachten op een flinke storm dan kan ik meteen gaan liggen. Nou dan hoop ik voor je dat er snel een flinke storm komt. Ik heb alle begrip voor je standpunt, ik denk er net zo over, ga je goed verder. Vaarwel zei de boom. Het was een onvergetelijke middag. dit is een gedicht die mijn vader heeft voorgelezen, toen mijn oom begraven werd. dit gedicht is bedoeld voor mijn neefjes (kretjen chermain en gilijan) Marleen |
|
|
|
|