|
|
|
|
Voor mijn ogen komt een bron tot leven. Een harde stenen bol, likt zijn eigen schoon. Het water kabbelt over zijn zo harde huid, overal applaudisseren zijn druppels. Zij versmelten met de oever, zonder einde en zonder begin. Gaan weer onder en worden weer opgezogen. Het is een spel zonder einde. Alleen als ik de knop omdraai, slaapt alles weer in, tot de volgende opstoot van water uit de stenen bol. Claire Vanfleteren Reageren op dit gedicht? klik hier |
![]() |
![]() |
|