Moedertje
Eens was ze een knappe jonge vrouw
ze was dag en nacht voor haar gezin in touw
Ze was veerkrachtig en vitaal
en de sterkste van ons allemaal
Ik zie nog voor mijn geest
iedere dag, ieder uur,
het huis met de schilderijtjes aan de muur.
Met erop de spreuken,
”Moeders tred is uit alle anderen te herkennen”
”Al is een moeder nog zo arm,
toch dekt ze warm”.
Ze heeft ook ons leven verlicht, met het engelengedicht.
” ’s-avonds voor ik slapen ga,
volgen mij veertien engeltjes na.
twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind,
twee aan mijn linkerzij, twee aan mijn rechterzij,
twee die mij dekken, twee die mij wekken,
twee die mij wijzen naar ‘s-Hemels paradijzen.
Dat alles is bij mij blijven hangen
het wekt steeds een groot verlangen,
naar wat het vroeger is geweest.
Het komt niet terug, voorbij is moeder feest
Nu zit ze stil in een stoel, kan niet meer denken,
is vergeten de heleboel.
Ze is niet meer zo helder van geest, het is niet meer
zoals het vroeger is geweest.
Ik bezoek haar meermalen per dag,
dan komt toch weer die glimlach.
Het hindert niet, wat een ander er van vindt,
vroeger was ik jou,
nu ben jij een klein beetje mijn kind.
Maar wat deert dat nou, want, ik hou van jou.
© Ger H.
|
 |