|
|
|
|
Man en vrouw Twee handen op één buik. Alle dagen samen. Hadden geen woorden nodig één oogopslag was genoeg. Hun liefde voor elkaar was één ketting met dezelfde gave schakels, die perfect in elkaar pasten. Zij schonk hem haar liefde, hij zijn hart. Zij leefden voor elkaar, waren als eb en vloed. Maar hun meningen waren verschillend. Zij was de maan, hij de zon. De nacht was voor haar de dag voor hem. De sterren fonkelden plots niet meer. De zon kwam ook niet meer op. De maan liet haar niet meer zien en 's morgens was er mist. Wroeging kreeg de bovenhand voor onbenullige kleine dingen. Ze hadden alleen nog twee kleine ringen. Zij om haar ranke vinger met een fonkelende diamant. Hij rond de vinger van een hardwerkende hand. Hoe was het zover kunnen komen Wat was er tussen hen vervlogen. De tijd likte de wonden, tot zij op een geschikt moment in een verzoenende oogopslag elkaar uitbundig terug vonden. Nu zijn ze weer twee handen op één buik, met elk hun mening. Claire Vanfleteren |
![]() |
![]() |
|