|
|
|
|
Ik vond hem daar, heel alleen Niets of niemand om hem geen Hij was mooi glad Lag te zonnen in een graspad. Lieflijk nam ik hem mee Hij was zwaar, maar gedwee Ik stalde hem uit voor mij Nam hamer en beitel en deed een stap opzij Van hem, zal ik iemand maken Over hem zal ik waken Ik gaf hem een gezicht Niet van een man, daarvoor ben ik gezwicht Er ontwaakte een vrouw Ingekapseld met een hauw Ze keek mij vragend aan, Wat was dat vlug gegaan Nu staat de hij, die een zij werd Te pronken in mijn tuin Het beeld kwam uit een eenzame kei Ergens op een graspad, dicht bij de wei. Claire Vanfleteren Reageren op dit gedicht? klik hier |
![]() |
![]() |
|