|
|
|
|
Hij zweeft met klappende pennen over het uitgestrekte gebied Nauwlettend speurt hij iedere centimeter af. Hij brandt het op zijn netvlies en laat het niet meer los. Laat zich dragen op de handen van de windstroom. Zijn adem kan hij sparen voor zijn onvoorziene duikvlucht. Wanneer weet hij niet misschien straks of later. Zijn blik staat op scherp hij is er voor gekend. De wolken zijn aan hem gewend hij klieft erdoor. Maakt met zijn vleugels een enorme zwaai. Duikt pijlsnel het water in. Met zijn hakenpoten spiest hij een vis in zijn vlucht. Zijn enorme kracht brengt hem weer naar de toppen van de bergen met de buit. Voedert het nest en vertrekt. Zijn stroperstocht begint opnieuw. Claire Vanfleteren |
![]() |
![]() |
|