|
|
|
|
Diepe groeven lopen over zijn wangen. Aan zijn lippen blijft u hangen. Zijn gezicht is verweerd, hij heeft het avontuur beheerd. In zijn diepblauwe ogen, zoekt u naar de waarheid. Zijn verweerd gezicht spreekt boekdelen in zachtheid. Plots staat u met grote ogen in het oerwoud, tussen de planten en de bomen. Het is uw lot, u kunt niet meer ontkomen. Hij sleurt u mee in een zinnenstroom, met aaneengeklonken woorden, waar hij zonder schroom, met u vertrekt, naar verre oorden. Hij zwaait met zijn armen, maakt tekeningen met zijn handen. Ziet in gedachten, alle landen. Tuurt in de verte, naar de ondergaande zon Hij zou direct weer vertrekken, als hij kon. Claire Vanfleteren Reageren op dit gedicht? klik hier |
![]() |
![]() |
|